Prognose voor overlevers kanker wordt beter met elk extra overleefd jaar

EINDHOVEN - De prognose voor patiënten met kanker wordt beter met elk jaar dat een patiënt deze ziekte overleeft. Dit geldt met name voor patiënten met dikke darm-, endeldarm, baarmoeder- of zaadbalkanker of een melanoom en jongere overlevers van maag-, baarmoederhals-, eierstok- of schildklierkanker of een non-Hodgkin lymfoom die hun ziekte reeds enige jaren hebben overleefd. Deze patiënten hebben bijna geen oversterfte meer ten gevolge van de kanker.

 

Echter, patiënten met long-, borst- of nierkanker en de meeste oudere overlevers van kanker houden een slechtere prognose ten opzichte van de gemiddelde bevolking. Dat blijkt uit onderzoek van het IKZ in samenwerking met negen andere kankerregistraties in Europa dat recent is gepubliceerd in The Journal of Clinical Oncology.

 

Vooruitzichten

Veel kankerpatiënten die hun ziekte reeds enige tijd hebben overleefd, willen graag weten wat hun vooruitzichten zijn gelet op het feit dat ze nog (steeds) in leven zijn. Dit wordt 'conditionele overleving' genoemd. Inzicht in oversterfte ten gevolge van kanker is ook belangrijk voor hulpverleners in verband met het plannen van controles. In dit onderzoek worden de conditionele overlevingskansen beschreven en geïnterpreteerd op basis van gegevens afkomstig van tien kankerregistraties verdeeld over Europa, waaronder die van het IKZ in Eindhoven.

 

Voor patiënten met dikke darm-, endeldarm, baarmoeder- of zaadbalkanker of een melanoom en jongere overlevers van maag-, baarmoederhals-, eierstok- of schildklierkanker of een non-Hodgkin lymfoom was de conditionele 5-jaars overleving meer dan 95 procent nadat ze hun ziekte 1 tot 10 jaar hadden overleefd. Voor long-, borst- of nierkanker en de meeste oudere overlevers van kanker, kwam de conditionele 5-jaars overleving niet uit boven 75 - 94 procent. Dit betekent dat deze patiënten een slechtere prognose houden ten opzichte van de algemene bevolking.

 

 

Overlevingsverschillen

Uit dit onderzoek kwam verder naar voren dat de aanvankelijke verschillen in overleving bij diagnose tussen leeftijd voor melanoom, maag-, colorectaal-, baarmoeder- of zaadbalkanker grotendeels waren verdwenen na 5-10 jaar te hebben overleefd. Voor andere tumoren bleven de overlevingsverschillen tussen leeftijdsgroepen echter bestaan. De verschillen in overleving tussen stadiumgroepen werden kleiner of verdwenen zelfs geheel, nadat patiënten een aantal jaren hadden overleefd. Dit kan grotendeels verklaard worden door het feit dat patiënten met een slechte prognose vrij kort na diagnose komen te overlijden.

 

bron: IKCNET.nl

Deel deze pagina via: